HOME ZIEL STEM GEEST PEN INTERVIEW GASTENBOEK CONTACT
Veelgestelde vragen aan Marc Boon
Drie jaar geleden werd dit interview opgenomen. Een eigenzinnige FAQ.

Wat is je beroep nu eigenlijk ?
Hoe ben je in de mediasector terecht gekomen ?
Was het een kinderdroom om te gaan regisseren ?
Hoe ben je uiteindelijk in het theater terecht gekomen ?
Je bent ooit begonnen als acteur ?
Hoe kreeg je de eerste regiekriebels ?
Genieten je theaterprojecten veel belangstelling ?
Waar blijf je de inspiratie halen ?

 


 

Wat is je beroep nu eigenlijk ?

Ik heb eigenlijk een aantal beroepen. Ben in 1991 afgestudeerd als leraar Nederlands, economie, geschiedenis. En heb vanaf dat jaar hoofdzakelijk les gegeven aan leerlingen in het secundair onderwijs (Broederschool Stekene). En op 1 september 2002 ben ik in diezelfde school directeur geworden. Ik was op dat moment zelfs de jongste directeur van een Vlaamse secundaire school.

Mijn hoofdjob situeert zich dus voornamelijk in het onderwijs, maar gedurende die hele periode heb ik die beroepsbezigheid altijd gecombineerd met tal van opdrachten in de theater- en mediasector.

Zo heb ik bijgestudeerd (via een reeks masterclasses) voor theaterregisseur en heb vanuit een uitgebreide praktijkervaring heel veel kennis kunnen/mogen opdoen. Vanuit die optiek regisseer ik bijna 15 jaar tal van theaterprojecten (van héél klein tot zéér grootschalig) in Vlaanderen en Nederland. Zowel binnen het amateur als professionele circuit.

Vanuit die achtergrond geef ik sinds 1 oktober 2002 ook les aan het ICVA (in 2004 aangesloten bij Wisper Leuven) te gent : een theateropleiding waar ik theatergeschiedenis en regiepraktijk doceer.

Van 1997 tot 2001 was ik daarvoor  ook al artistiek adviseur voor het professionele jeugdtheater Het Appeltje (Theater Ivonne Lex) te Antwerpen. Voor hen schreef en regisseerde ik o.a. 3 musicals die elk een uitgebreide tournee (soms meer dan 120 voorstellingen) door Vlaanderen en Nederland kenden.

En meteen komen we dan ook bij een ander aspect van mijn theaterpraktijk : naast regisseren, schrijf, bewerk en vertaal ik geregeld theaterwerken. Dit alles wordt dan nog aangevuld met het geven van advies en workshops die van ver of nabij allemaal iets met theater te maken hebben : workshops acteren, stemtraining, verbale vorming, dramatraining, communicatiestrategieën, …

Terug naar boven ^

Hoe ben je in de mediasector terecht gekomen ?

De stap van theater naar de mediawereld is geen grote stap. Ze hebben naast een aantal verschillen die elk wereldje typeren, vooral ook veel gelijkenissen. In beide werelden wordt creativiteit hoog in het vaandel gedragen, zodoende …

De mediawereld was voor mij geen totaal onbekende wereld. In mijn jeugdjaren, van 1988 tot 1993, was ik  producer/presentator van een reeks programma’s bij diverse lokale radio-stations : o.a. Radio Land Van Waas, Mix 106.4, …

Dit had als gevolg dat je daarnaast geregeld gevraagd werd voor stemmenwerk (inleeswerk) allerhande. Enige theaterervaring was daarbij mooi meegenomen : want stemgeluid is één zaak,met je stem ook daadwerkelijk iets doen is een tweede – zoniet belangrijker – aspect.

Ook vandaag nog ‘leen’ ik geregeld mijn stem uit : o.a. voor commercials, beeldproducties, cd-roms, educatieve projecten, sound-on-image-opdrachten, elektronische boodschappen, enz …

Voeg daarbij ook nog mijn uitgebreide ervaring als poppenspeler (eigen poppentheater Tartaar), presentator en animator (o.a. modeshows, vedettenparades, academische zittingen, miss-verkiezingen, braderijen, bedrijfsfeesten, productpresentaties, debatten, …) en je weet al snel hoe de link kan gelegd worden …

Je komt bij dit soort jobs immers geregeld in contact met mensen die ook voor diverse andere media werken, voeg daarbij ook dat een aantal van mijn jeugdvrienden ook in die radio- en televisiesector aan de slag zijn gegaan en je ziet meteen hoe de bal aan het rollen is gebracht …  En van het één komt het ander, en voor je het weet zit je ‘in het wereldje’ …

Terug naar boven ^

Was het een kinderdroom om te gaan regisseren ?

Eigenlijk niet. Ik was als kind wel enorm gefascineerd door de wereld van theater, circus, televisie … De grens tussen realiteit en werkelijkheid en de drang om die grens te doen vervagen.

Bijna alles wat ik in mijn kinder- en jeugdjaren ‘speelde’ had iets met deze werelden te maken. Het moest verbaal zijn, creatief, speels, … Achteraf gezien ook allemaal adrenaline-bezigheden. (lacht).

Ik was nochtans een rustig en eerder verlegen kind, maar het vertoeven in deze werelden betekende voor mij haast een vrijgeleide om eventjes iemand anders te kunnen zijn, eventjes een aantal kleppen open te zetten. Dingen te doen waarvoor je in het dagelijkse leven iets teveel schroom had. Terwijl ik enorme bewondering had voor ‘durvers’ was ik zelf eigenlijk een ‘passieve toekijker’.

Ik bewonderde acteurs omwille van hun grote tekstkennis en fantastisch inlevingsvermogen. Ik bewonderde maar daar bleef het ook bij.

Vandaar ook wellicht dat ik er toen nooit aan dacht om er zelf een prominente rol in te gaan spelen.
Later zou het totaal anders lopen (lacht)

Terug naar boven ^

Hoe ben je uiteindelijk in het theater terecht gekomen ?

Ik ben eerder toevallig het theaterwereldje ingerold. Eén van mijn beste jeugdvrienden (Wouter Hessels) was een artistieke durver met veelzijdige talenten. Hij volgde academie (theater en voordracht) en won de ene voordrachtwedstrijd na de andere.

Een succes- en prijsbeest dus, dat al zeer snel de drang voelde om ook te gaan regisseren. En zo gebeurde. Met het jeugdhuis de Eglantier (Sint-Niklaas) wou men in 1987 opnieuw aanknopen bij een verloren gegane traditie van jeugdtoneel. En die klasgenoot van me zou deze ‘heropleving’ regisseren. Het werd een komedie : ‘Wanneer trouw je met mijn vrouw ?’. En ik werd gevraagd om de sonorisatie (‘het geluid’) te doen.

Ik betrad toen voor het eerst het theater vanuit een heel andere hoek dan die van de vertrouwde, passieve toeschouwersruimte. Ik werd op één of andere wijze ook een ‘durver’. En na afloop was ik zo gebeten door de ‘theatermicrobe’ dat ik besefte dat dit wel eens een nieuwe hobby zou kunnen worden. En zo is het ook gelopen.

Samen met die schoolkameraad zijn we toen in 1987 met Theater Jas begonnen ; een theaterproject dat 11 jaar lang telkens meer dan 100 jongeren samenbracht om er aan alle facetten van een theater-voorstelling te werken. Van  1992 tot 1998 heb ik er de coördinerende functie waargenomen, in een bezielende en gedreven samenwerking met Inge Beirnaert, Milos Bracke en Erik Van Gulck.

Een heel mooie periode, temeer daar je nu merkt dat tieners van toen nu uitgegroeid zijn tot professionele acteurs uit een ‘aanstormende garde’ : Tine Laureyns (o.a. Theater Het Gevolg), David Cantens (o.a. Het Paleis, Plopfilm), Kristof Verhasselt (o.a. Publiekstheater, film Teamspirit, film Blinker, …), Jits van Belle (o.a. Publiekstheater), Maarten Bosmans (o.a. Toneelhuis, Flikken, …) en nog een heleboel die ergens van ver of nabij met theater of media te maken hebben. Het is leuk te weten dat je die microbe bij hen hebt  kunnen overbrengen en op die manier ook ‘nieuw bloed’ in dat theater hebt kunnen injecteren.

Terug naar boven ^

Je bent ooit begonnen als acteur ?

In die eerste jaren heb ik inderdaad vooral ook zelf veel geacteerd : tussen 1987 en 1996 draaide ik mee in ongeveer een 26-tal theaterproducties en een 5-tal beeldproducties : van kleine tot grote, dragende rollen. Van voorstellingen in een gewoon theater tot en met openluchtproducties. Dat betekende toen toch wel een 3 à 4-tal producties per seizoen !

Ik was in die periode als acteur aan de slag bij o.a. de Koninklijke Hoofdrederijkerskamer De Goudbloem, de Koninklijke Toneelkring Sint-Genesius, het Belcantogezelschap van Sint-Niklaas, Theater JAS, Cie. Surplus, Danscenter Clapaja, …

Op het lijstje van de toen opgevoerde stukken staan o.a. volgende auteurs/stukken : Alan Ayckbourn (Liefde Half om Half, Taking Steps), Frank Wedekind (Voorjaarsontwaken), Peter Hacks (Adam en Eva), Eugène Labiche (De Spaarvarkens), Robert Bolt (A Man for All Seasons), Agatha Christie (10 kleine negertjes), Paul Rodenko (Harten 2, harten 3), Marc Camoletti (Boeing-Boeing), Cyriel Buysse (Het Gezin van Paemel), Irving Berlin (Annie Get Your Gun – musical), e.a. …

Terug naar boven ^

Hoe kreeg je de eerste regiekriebels ?

Bij Theater JAS werd het een noodzaak om zelf te gaan regisseren, aangezien regisseurs voor een beginnend gezelschap quasi onbetaalbaar waren. Het intensieve acteren (1987 tot 1996) moest dus wijken voor het regisseren vanuit noodzaak. Maar die noodzaak smaakte, en achteraf gezien ben ik daar zeker niet rouwig om ! Integendeel.

Ik ben begonnen met 2 kleine-zaal-producties : de kindervoorstellingen ‘Clowns’ en ‘Hamlet'… In 1992 kwam toen de ‘grote doorbraak’ met mijn eerste grote-zaal-regie : ‘De Golf’, naar ‘The Wave’ van Ron Jones: 2 seizoenen lang uitverkochte zalen met maar liefst 7 extra voorstellingen. Een heel mooie herinnering.

En zo ging de bal aan het rollen : een noodzaak werd een passie… en deze passie werd een beroep.

Ondertussen zijn we al de kaap van 30 regie-opdrachten voorbij: in meer dan 15 theatergezelschappen en tijdelijke vzw’s, zowel professioneel als semi-professioneel, doorheen Vlaanderen en Nederland… en ik ben er nog altijd even gelukkig mee.

Terug naar boven ^

Genieten je theaterprojecten veel belangstelling ?

Dat is erg product-afhankelijk ; bepaalde genres en theaterstukken trekken meer volk dan andere. Vaak hangt het ook af van het aantal spelers dat bij een productie betrokken is. Als je producties doet met 80 acteurs, dan zullen die logischerwijze meer publiekspotentieel in zich hebben dan wanneer je een voorstelling met maar 5 acteurs ensceneert. Vaak hangt het ook af van de reputatie van het gezelschap, het tijdstip waarop de voorstelling doorgaat, de concurrentie van grote commerciële producten… Ach, er zijn zoveel factoren die dat beïnvloeden …

In feite : als ik een voorstelling maak is het absolute hoofddoel een goeie voorstelling op de planken te brengen. De mensen betalen er voor, dus moet het goed zijn. Trouwens, dit moet ook de ingesteldheid en beroepsfierheid van de acteur zijn ; ‘doen om goed te doen’ !

Maar als je doelt of ‘mijn’ (hoe relatief is dit woordje ‘mijn’, ik spreek liever over ‘onze’ want theater is een groepsgebeuren) producties veel volk trekken, dan mag ik in alle bescheidenheid stellen dat ik niet mag klagen. Ik hoor producenten de laatste tijd vaak zeggen dat ze zich dan al iets meer mogen permitteren wat betreft risico-uitgaven en de daaraan verbonden terugkerende inkomsten… Leuk om horen, nietwaar… Bovendien geeft het ook wat meer budgetruimte om een project op de planken te zetten…

Terug naar boven ^

Waar blijf je de inspiratie halen ?

Regisseurs zijn dromers, dus daar ligt al een groot deel : je eigen fantasie, je eigen creativiteit… Dromen zijn de neerslag van alles wat je overdag opneemt. En ook daar haal je veel inspiratie : o.a. mensen observeren (hoe ze bewegen, praten, lopen, denken,…), etalages en woningen bekijken (geeft ideeën voor decor en kostuums)… Verder ook muziek of afbeeldingen die bepaalde emoties of gedachten kunnen oproepen…

Bovendien zetten de theaterteksten die je moet regisseren jou ook automatisch aan tot denken en wordt jouw fantasie en creativiteit er danig door in actie gebracht. Echt goede teksten weten ook je ‘emotioneel reservoir’ aan te raken en da’s heel belangrijk : een tekst, auteur of personage aanvoelen maakt het allemaal zoveel makkelijker …

Getuigenis over Marc Boon: Peter Hoefman, productieleider
© & ® Marc Boon 2006 - Website: Quiet Is The New Loud